Sotos Syndroom

De snelle lichamelijke groei en de achterblijvende ontwikkeling zijn de twee meest opvallende kenmerken om aan de diagnose Sotos syndroom te gaan denken. Vóór de ontdekking van het gen was het vaststellen van een voorlopende botleeftijd bij het kind bepalend voor de diagnose. Nog steeds is dit een heel belangrijke indicatie.

Groei gegevens

Botleeftijd

Voor het vaststellen van de botleeftijd gebruikt men röntgenfoto's van de hand en de pols. Men kan daaruit de mate van botgroei vaststellen. De groeigebieden in de botten zien er op verschillende leeftijden anders uit. Wanneer bij een kind de botgroei voorloopt op wat voor de kalenderleeftijd normaal is, wordt gezegd dat het kind een voorlopende botleeftijd heeft. Bij kinderen met Sotos syndroom loopt de botleeftijd voor op de kalenderleeftijd. De botleeftijd past bij de lengte van het kind. Onderzoek naar het patroon in de handbeentjes doet men ook met behulp van een röntgenfoto van de hand en pols. Variaties in botlengte en botleeftijd worden onderzocht. Bij kinderen met Sotos syndroom is de leeftijd van de vingerkootjes en de handbeentjes verder vooruit dan de leeftijd van de botten in het polsgewricht. Vanaf de leeftijd van zeven/acht jaar kan men via een röntgenfoto van de hand een eerste voorspelling doen van de verwachte eindlengte. Rond het elfde jaar is de eindlengte met een redelijke betrouwbaarheid te voorspellen.